Gehaakte hartjes

Materiaal: rode of witte wol of katoen en bijpassende haaknaald.

Er worden 2 dezelfde delen gehaakt.
Opzet: Begin in het midden van het vierkant. Haak een ketting van 6 lossen en sluit deze met 1 halve vaste tot een ring.

1e toer: 2 lossen, 5 stokjes, *3 lossen, 6 stokjes*. Gedeelte tussen de ** in totaal 3 maal haken. 3 lossen. Toer sluiten met 1 halve vaste.

2e toer. 2 lossen, 4 stokjes (om de beide lussen van het
onderliggende stokje) *3 stokjes en 3 lossen en 3 stokjes om de
onderliggende 3 lossen. 5 stokjes op de onderliggende stokjes*.
Gedeelte tussen de ** in totaal 3 maal haken. 3 stokjes, 3 lossen,
3 stokjes om de onderliggende 3 lossen. Toer sluiten met 1 halve vaste.

3e toer. als 2e toer maar nu beginnen met 2 lossen, 6 stokjes en op de
andere 3 kanten 10 stokjes tussen de hoeken haken. Na de hoek nog
3 stokjes haken en dan met 1 halve vaste de toer sluiten.

1e boog. 4 halve vasten haken om de beide lussen van de
onderliggende stokjes (dit doen we om op de juiste plaats te komen
om verder te haken). Het werk keren. 8 stokjes om de rand tussen
de middelste stokjes in. 4 halve vasten. Het werk keren. 1 losse en
1 stokje om de onderliggende beide lussen, in totaal 8 keer en eindigen
met 1 losse. 3 halve vasten (laatste bij de hoek). Het werk keren.
3 stokjes om elke onderliggende losse. Eindigen met 1 vaste om de hoek.

2e boog. Als 1e boog maar nu beginnen met 6 halve vasten.
Dan 8 stokjes om de rand tussen de middelste stokjes in, 4 halve vasten.
Het werk keren, enz. enz.
Als het tweede deel klaar is de draad niet afbreken maar de beide delen op elkaar leggen en langs de onderzijden aan elkaar haken.
Voor de ophang lus een ketting van ongeveer 40 lossen haken en die langs beide zijden omhaken met vasten.
Tot slot de ophanglus aan het hartje naaien en de draadjes afhechten.