Dubbele wanten


Handschoenen zijn handig, wanten lekker warm, deze tweedelige warmhoudertjes hebben beide
eigenschappen. Een ingenieus staaltje van breivakvrouwschap!

U hebt nodig:
ca 50 gram rood zuiver wollen, zacht breigaren, 4 breinld nr 2 1/2 zonder knop.

Afkortingen:
st = steek(steken), nld = naald(en), tr = toer(en).

Grondpatroon:
tricotsteek = 1 nld recht op goede, 1 nld averecht op de verkeerde kant van het werk.
In het rond breit u alle nld recht.

Steekgrootte:
25 st en 35 nld = 10×10 cm. Controleer dit, gebruik indien nodig dikkere nld.

U gaat zo te werk:
Verdeeld over 3 nld 48 st opzetten en in het rond 7 cm in boordpatroon breien (= afwisselend 2 st recht, 2 st averecht). Dan verder breien in grondpatroon tot een totale hoogte van 9 cm.

Dan voor de duim als volgt meerderen: voor en na de eerste st van de tr 1 st gedraaid recht breien uit de dwarslus tussen de st. Deze meerderingen elke 2e tr nog 8x op dezelfde plaatsen herhalen. D.w.z. voor de eerste en na de laatste gemeerderde st van de vorige tr 1 st meerderen. Na deze meerderingen de 19 st van de duim op een hulpspeld of -draad zetten. Nu op de plaats van de rustende duim 1 nieuwe st er bij opzetten en over alle 48 st verder breien tot een totale hoogte van 17 cm.

Dubbele wanten
Dan worden de korte vingers gebreid. De want wordt later aangebreid. Voor de vingers over de eerste 16 st (d.w.z. de nieuwe opgezette st + 15) voor de handpalm breien, de volgende 13 st voor de pink op een hulpspeld zetten, 3 nieuwe st er bij opzetten en dan over de overige 19 st van de bovenhand verder breien. Over deze 38 st 3 tr verder breien. Vervolgens de korte vingers afzonderlijk afbreien.

Voor de wijsvinger 6 st van de handpalm, 7 st van de bovenhand en daartussen (tussen wijs- en middelvinger) 3 nieuwe st er bij opzetten.
De st verdelen over de nld zonder knop en in het rond 2 cm in boordpatroon breien. Dan de st afkanten.

Voor de middelvinger 5 st van de handpalm, 6 st van de bovenhand met daartussen (tussen middel- en ringvinger) 2 nieuwe en uit de 3 nieuwe st aan de andere kant 3 st opnemen. Hierover 2 cm in boordpatroon breien en de st afkanten.

Met de overige 14 st de ringvinger breien en daarbij uit de 2 nieuwe st tussen middel- en ringvinger 2 nieuwe st breien. Hierover 2 cm in boord patroon breien en de st afkanten.Â

Voor de pink over de 13 rustende plus de 3 nieuw opgezette st 2 cm in boordpatroon breien. De st afkanten.

Voor de duim de 19 rustende st opnemen plus,de ene nieuw opgezette st en hierover 2 cm in boordpatroon breien. De st afkanten.

Voor de want direct boven de duim met een nieuwe draad uit de bovenkant van de hand uit 1 tr 24 nieuwe st breien, aansluitend 24 nieuwe st er bij opzetten en de st over de nld zonder knop verdelen. In het rond als volgt verder breien: in de eerste 5 tr over de st van de handpalm in oordpatroon en over de st van de bovenkant van de hand in grondpatroon breien. Hierna over alle st in grondpatroon verder breien. Op een totale hoogte van ca 21 cm (even passen op uw handen) met de minderingen voor de punt beginnen. Daartoe de eerste 2 st van handpalm en bovenkant afhalen, de volgende st breien en de afgehaalde st hier overheen halen. In diezelfde tr de 2e en 3e voorlaatste st afhalen (van beide delen) de volgende st breien en de afgehaalde st hier overheen halen. Deze minderingen elke 2e tr nog 6x en daarna in elke tr nog 3x herhalen. De laatste 4×2 st tegen elkaar leggen en ze met maassteken aan’ elkaar zetten.

De tweede handschoen in spiegelbeeld breien, d.w.z. met de meerderingen voor de duim aan het eind van de tr beginnen i.p.v. aan het begin.
Dan verder alle andere handelingen op dezelfde manier uitvoeren als bij de eerste handschoen.